Een vleugje geschiedenis  

De naam Wijnegem wordt in de geschiedenis voor het eerst vermeld in 1161 in een akte van Bisschop Nicolaas van Kamerijk. De bisschop schonk toen de kerk van Broechem en de ervan afhankelijke kerken van Oelegem en Wijnegem aan de abdij van Tongerlo, die er de pastoor mocht benoemen.

De naam Wijnegem zelf is evenwel van Frankische oorsprong (VII-IXde eeuw) en betekent "woning of woonplaats van de lieden van Wini". Wini was het hoofd van een Germaanse familie die zich tijdens de zogenaamde Frankische landname of kolonisatie in de buurt van de huidige Beukenlaan - Oud-Gasthuisstraat vestigde.

Maar die Franken waren ook weer niet de oudste bewoners van de "gemeijnte" of gemeenschappelijke grond. De opgravingen die sinds 1972 worden gedaan door AVRA (Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie) hebben voldoende bewijzen geleverd van een nog vroegere bewoning tijdens de pre-historie en de romanisatietijd. Het eerste (houten ?) kerkje van de XIIde eeuw is blijven bestaan tot in de XVIde eeuw. Nadat het verschillende keren werd geplunderd, brandde het af en werd het verlaten.

In de Middeleeuwen maakte Wijnegem deel uit van het hertogdom Brabant, deel van het Heilig Roomse Duitse Rijk, dat tot aan de Schelde reikte. Het werd later een heerlijkheid met alle bijhorende rechten: tiendenheffing, rechtspraak, schepenbank…

In de XIVde eeuw is er ook al sprake van het "Goed ter Borcht", één van de belangrijkste leengoederen op Wijnegems grondgebied. Stond er ook een primitieve burcht ? Was er een zogenaamde schans waarin de bevolking kon vluchten als er onheil dreigde ? Die vragen blijven voorlopig onbeantwoord. Alleszins stond er rond 1530 een omwald renaissance-kasteel, waarvan de voorgebouwen, de zogenaamde Vlemincktoren en het koetshuis nog bestaan. De Vlemincks, afkomstig uit de hoofdstad van het hertogdom Limburg, waren er de bouwers van. Christoffel Plantin, hofdrukker van koning Filips II en veel andere humanisten, kunstenaars en geleerden waren er te gast en gingen er niet zonder geschenken weg. Opeenvolgende bewoners van Wijnegemhof in die woelige XVIde eeuw waren Jan Vleminck Sebastiaanszoon, zijn broer Arnold, zijn weduwe Isabella Schets.

De Tachtigjarige oorlog (1568-1648) bracht ook hier veel onheil: plunderingen, doortocht of inkwartiering van legerbenden, opeisingen, honger en ziekten. Tijdens die strijd tussen Spanjaarden en Geuzen verbleef bijvoorbeeld de landvoogd voor de Nederlanden Alexander Farnese op het Hof ter Pul. Na zijn vertrek in 1579 liet hij het afbranden: het mocht niet in de handen van de Geuzen vallen. Zo kreeg het zijn tweede naam: Verbrand Hof. De familie Lhermite was erdoor geruïneerd.

De oorlogen van de Franse koning Lodewijk XIV tegen de Engelsen en de Verenigde Provincies (N. Nederland) werden in de XVIIde eeuw veelal uitgevochten op ons (Belgisch) grondgebied. Relicten uit die tijd zijn de zogenaamde "Linnekens" (Linie) op de grens van Wijnegem en 's Gravenwezel: poging om beschermd te zijn tegen verdere aanvallen vanuit het Noorden.

De heerlijkheid Wijnegem ging in 1621 over in handen van Lancelot van Haudion. En toen in 1698 Wijnegem een graafschap werd, was Charles van Haudion, zoon van Nicolaas, er de eerste graaf van. Wijnegem was toen een landbouwgemeente met een 60-tal huizen en 200 à 300 inwoners. Het telde zo'n 25 hoeven met een grondoppervlakte van 5 tot 35 ha. De meeste pachters bezaten enkele koeien en wat kleinvee.

Einde van de XIXde eeuw waren er een 5-tal brouwerijen, een molen en wat huisnijverheid (spinnen, weven, wagenmakerij…). Een belangrijke verandering in die toestand kwam er met de oprichting van de likeurstokerij Louis Meeùs in het jaar 1869. Ze zou aan de plaatselijke bevolking werk en herbergvertier verschaffen. Een 300 werklieden konden er aan de slag en de likeur- en jeneverstokerij werd één van de grootste in Europa. Het succes bleef niet duren. WO I bracht een eerste crisis mee: al het koper werd opgeëist. De Wet Vandervelde (1919) op het alcoholgebruik gaf de genadeslag. De vervangende industrie zoals gistnijverheid of productie van EBENA-voorwerpen (1921-1931) bracht de welvaart niet terug.

Na WO II liet de verstedelijking zich binnen Wijnegem gevoelen, evolutie die tot op vandaag voortduurt: ontstaan van nieuwe woonwijken, industrieterrein, shoppingcenter… De bescheiden landbouwgemeente uit de eerste helft van de XXste eeuw werd een bekende naam in binnen- en buitenland.

R. Correns